Richtlijn informatieverstrekking gescheiden ouders

1 Inleiding
Met betrekking tot kinderen van gescheiden ouders vinden we duidelijke communicatie met ouders erg belangrijk. Als de ouders van een kind getrouwd zijn en/of gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben, is duidelijk hoe we dit moeten doen. Bij gescheiden ouders is dit soms minder duidelijk.

In deze richtlijn informeren we u over het volgende:
– We leggen uit wie voor de wet ouders van een kind zijn;
– We leggen uit aan welke wettelijke verplichtingen we ons als instituut aan moeten houden;
– We formuleren op grond van wetgeving richtlijnen waar we ons als instituut aan moeten houden.
– We houden steeds het belang van het kind voor ogen. We stellen ons dan ook onpartijdig op. We gaan niet in op de problematiek die met de scheiding van de ouders te maken heeft. We verwachten van gescheiden ouders dan ook dat zij ons hier ook zo veel mogelijk buiten houden.

2 Doelgroep en reikwijdte
In het belang van goede begeleiding aan kinderen is StudieQ/Studiecentrum Hengelo verplicht informatie te verstrekken aan belangrijke personen in het leven van een kind. Het gaat daarbij om alle personen met (ouderlijk) gezag over het kind, tot hij of zij 18 jaar is. Vaak zijn dat de vader en/of de moeder van het kind, soms ook een voogd. Hieronder geven we aan wat we verstaan onder ouders en onder (ouderlijk) gezag.

Wie zijn ouders van een kind?
Met de term ‘ouders’ bedoelen we de personen die volgens de wet de vader of moeder van een kind zijn. Meestal zijn dit de biologische vader en moeder, maar ook anderen kunnen voor de wet moeder of vader zijn. In de richtlijn bedoelen we met ouders:
– De personen die door een huwelijk vader of moeder zijn geworden;
– De persoon die een kind heeft erkend;
– De persoon die een kind heeft geadopteerd;
– Een persoon wiens ouderlijk gezag door de rechter is toegekend.

– Wat is ouderlijk gezag?
In Nederland staan alle minderjarigen (kinderen onder de 18 jaar) onder gezag. Personen met gezag zijn de wettelijk vertegenwoordigers van het kind. Ouderlijk gezag is het gezag dat wordt uitgeoefend door twee ouders (gezamenlijk ouderlijk gezag) of door één ouder. De volgende personen kunnen het gezag hebben over een kind:
– De biologische moeder heeft automatisch het ‘ouderlijk gezag’ over haar kinderen.
– Als ouders getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hadden toen het kind geboren werd, hebben de vader en moeder samen het gezag; het ‘ouderlijk gezag’.
– Als ouders niet getrouwd zijn, kan de tweede ouder het kind erkennen. Deze ouder heeft dan ook het ‘ouderlijk gezag’.
– Als een ouder en niet-ouder samen het kind verzorgen en opvoeden, hebben zij samen het ouderlijk gezag indien zij een verzoek bij de griffier van de rechtbank hebben ingediend.
– Een ouder die een kind heeft geadopteerd, heeft het ouderlijk gezag.
– Als ouders met gezag uit elkaar gaan of gaan scheiden, behouden zij in principe beiden het gezag over het kind.
– Het kan zijn dat de rechtbank het ouderlijk gezag van één van de ouders beëindigt. Dan behoudt één ouder het gezag over het kind.
– Het kan ook zijn dat de rechtbank het ouderlijk gezag van beide ouders beëindigt. Dan krijgt een ander het gezag over het kind, de zogenoemde voogd. We noemen dit ‘voogdij’. Waar in deze richtlijn ‘ouder(s) (met gezag)’ staat, kunt u ook ‘voogd’ lezen.

3 Wetgeving
Bij StudieQ/Studiecentrum Hengelo zetten we het belang van elk kind voorop. Daarbij is het van groot belang dat we goed en duidelijk communiceren met ouders en dat het uitwisselen van informatie zorgvuldig gebeurt. De wetgeving is daarvoor ons uitgangspunt. In het burgerlijk wetboek is vastgesteld dat we verplicht zijn om alle personen met gezag over een kind goed te informeren. Dit doen we zo goed als mogelijk. Andersom verwachten wij van ouders dat zij ons op de hoogte houden van dingen (bijvoorbeeld gebeurtenissen uit het leven van hun kind) die van invloed zijn op de ontwikkeling.

Dit ligt anders als een van de ouders niet (meer) het gezag heeft. We informeren deze ouder dan niet over hun kind en diens ontwikkeling, tenzij deze ouder daar zelf om vraagt1. Dan geven we beroepshalve informatie voorzien over belangrijke feiten en omstandigheden over kind of zijn/haar opvoeding. Daarbij geldt het volgende:
• Een ouder zonder ouderlijk gezag ontvangt nooit meer informatie dan de ouder met het ouderlijk gezag;

• We geven de informatie niet als dat tegen het belang van het kind is. We moeten daarvoor dan wel zwaarwegende redenen hebben. Bijvoorbeeld een rechterlijke beschikking waarin staat dat het recht op informatie is beperkt. In dat geval laten we de vragende ouder weten waarom hij of zij geen informatie krijgt.
1 Zie artikel 1:377c van het Burgerlijk Wetboek.

Verder geven we geen informatie over het kind aan anderen dan de ouders. Uitzonderingen hierop gelden als ouders schriftelijk toestemming hebben gegeven voor het uitwisselen van informatie, bijvoorbeeld met een school of andere zorgaanbieder.

4 Richtlijnen

Aanmelding
Bij de aanmelding van nieuwe kinderen bekijken we de juridische status met betrekking tot het gezag, omgang en informatievoorziening. Beide gezaghebbende ouders moeten dan ook het inschrijfformulier ondertekenen. Als wij het (kunnen) weten dat één van de ouders bezwaar heeft tegen de aanmelding, mogen we het kind namelijk niet zomaar inschrijven. We moeten dan zorgen dat beide ouders instemmen met de aanmelding. Heeft één ouder het gezag? Stuurt u daarvan dan een bewijsmiddel mee. U kunt hiervoor een uittreksel uit het gezagsregister opvragen:
https://www.rechtspraak.nl/Registers/Gezagsregister/Paginas/default.aspx

Correspondentie
We sturen onze correspondentie (brieven, e-mails, e.d.) naar beide ouders met gezag. Dus niet slechts aan de ouder bij wie het kind woont volgens de Gemeentelijke Basisadministratie.

De ouder zonder gezag
Zoals hierboven aangegeven infomeren we ouders zonder gezag alleen als ze daarom vragen. Het moet dan gaan om concrete vragen over het kind, bijvoorbeeld over de schoolgang. Deze ouder heeft geen recht op inzage in het dossier van zijn of haar kind. Wel mag hij/zij belangrijke informatie inzien, bijvoorbeeld over de schoolprestaties. Bij het verstrekken van informatie houden we altijd het belang van het kind in het oog.

Gesprekken over het kind
Betrokkenheid van ouders is erg belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Daarom stellen we het erg op prijs als ouders samen komen, ook als zij gescheiden zijn. Wil een van de ouders geen gezamenlijk gesprek of kan hij/zij hierbij niet aanwezig zijn? Dan kan hij of zij om een individueel gesprek vragen. We geven verslagen mee aan de ouder die bij het gesprek aanwezig is. Op verzoek is een kopie verkrijgbaar.
Wijziging geslachtsnaam
Het komt soms voor dat een ouder na een (echt)scheiding een andere achternaam (geslachtsnaam) van het kind doorgeeft aan school. Bijvoorbeeld de meisjesnaam van de moeder of die van een nieuwe partner.
We kunnen kinderen echter alleen inschrijven met de officiële naam die is opgenomen in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Erkent de rechter een naamswijziging? Dan vragen we u dit aan ons door te geven. We passen de naam dan aan. We vragen u daarbij om een uittreksel uit het bevolkingsregister als bewijs.

5 Tegenstrijdig belang
Het welzijn van de kinderen staat voor ons voorop. Soms kan het zo zijn dat ouder(s) en begeleider het daarover niet eens zijn. In die gevallen zal de begeleider proberen om dat probleem op te lossen. Mocht dit niet lukken dan kan besloten worden om de begeleiding te beëindigen. We proberen echter altijd te voorkomen dat we in een conflict tussen ouders betrokken worden.

6 Wijzingen doorgeven
Na inschrijving van uw kind kunnen er wijzingen komen, bijvoorbeeld in het adres van (een van) de ouder(s). Wilt u dit dan schriftelijk aan ons doorgeven? Voegt u hieraan s.v.p. eventuele bewijsstukken toe, zoals een gerechtelijke uitspraak. Wij zijn verplicht beide ouders te informeren tot we deze bewijsstukken hebben ontvangen.

Download Richtlijn informatieverstrekking gescheiden ouders